Een stukje uit het verleden. #6

Een maand geleden las ik het verhaal van een jong meisje dat haar tienerjaren spendeerde binnen de muren van verschillende gesloten jeugdzorg instellingen. Haar verhaal raakte mij. Heel even was ik er door ontzet. Mijn eigen verhaal las ik terug in dat van haar, en daarna in die van vele anderen. Toch was er wel enig verschil. Deze meisjes hadden een heftige problematiek. Zij werden achtervolgd door onwetendheid. Ik daarentegen wist heel goed wat de situatie was, ik wist heel goed waar ik heen wou, wie ik echt niet wou zien. Ik wist heel goed wat de gevolgen waren. Maar toch.. Ook ik kwam in gesloten jeugdzorg terecht.

In vijf jaar ervoer ik als klein meisje veel heftige dingen, door alle gebeurtenissen daarvoor moesten wij verhuizen. In de nieuwe stad had ik een goede start, ik had vrienden, ik ging weer naar school, thuis was het niet altijd even makkelijk. Mijn vrienden kwamen hier achter. Al snel werd ik gepest, ging het thuis moeilijker en ik raakte al snel depressief. Ik ging niet meer naar school. Sloot mijzelf het liefste op in mijn kamer. In een donker hoekje met bijpassende muziek. Op een dag zei ik tegen mijn moeder dat ik naar school ging, maar eigenlijk was ik onderweg naar het asiel, naar mijn vierpotige vriendinnetje. Halverwege werd ik aangereden, mijn moeder schrok zich kapot toen de man die mij had geraakt mij naar huis bracht. Ze besefte dat het niet goed ging, zij had niets liever gezien dan dat ik naar school ging en ook een kans in het leven zou krijgen..

Een paar maanden na dit incident werd er gesproken over uithuisplaatsing. Er zou plek zijn in Boekel, maar dan moest ik op mijn dertiende jaar alleen reizen in de donkere wintermaanden, een halfuur op een slecht verlicht station wachten op mijn trein naar Oss.. Hier stond niemand achter. Boekel was wel dichterbij huis geweest, maar of het de juiste plek was? Zeker niet. Ook behandelgroep Smaragd, een onderdeel van de Hoenderloo groep, was een overweging. Ik kende hun niet, ik kende niks, achteraf waren hun één van de weinige die jongeren ook daadwerkelijk konden helpen. “Corine, je gaat naar een gesloten groep in een dorpje in Gelderland.” “Oh”, dacht ik.. “Dat is ver bij mama vandaan.”

Ik werd neergezet in de Buurskamp, een groep voor girls only in de Otto Gerard Heldring stichting. Net als ieder ander protesteerde ik hevig. Ik had geen problemen, wat doe ik hier? Mama, ga nou niet.. Mama die hetzelfde dacht. Eenmaal daar leerde ik dat ik heel snel een andere houding moest aannemen. Onzeker en angstig blijven zouden mij niet helpen overleven hier. Ik schakelde om naar ‘niemand maakt mij wat’, de meiden waren echter superlief en we hadden al snel een goede band. De begeleiding kende mij al snel. Ook hun hadden papierwerk gehad van een meisje dat niet tegenover hun stond.

Ik was er net drie maanden toen de telefoon ging om 08:00 uur s’ochtends, we waren bezig met klaarmaken voor school. Het was mijn vader. Op een neutrale toon vertelde hij mij dat zijn oma was overleden. Vlak voor mijn uithuisplaatsing heb ik haar nog gezien, die blik in haar ogen toen ze mij na zeven jaar weer zag, zal ik nooit vergeten. Ik ben die dag gewoon naar school geweest, inmiddels wist het hele terrein wat er aan de hand was. Ik kreeg zoveel liefde en steun van de anderen. Ook de begeleiding hielp mij erdoorheen. Zij hadden er zelfs alles aangedaan om ervoor te zorgen dat ik naar haar crematie kon gaan.

Ik had in die drie maanden mijn portie problematiek al gehad, de crematie van oma was dan ook heel moeilijk. Naast het afscheid nemen, werd ik ook met mijn familie geconfronteerd, mijn vader. Op de groep hebben we het daar nog over gehad. Ze wisten hoe de relatie met hem was, ik mistte hem, dus ik wou hem zien, maar met een voorwaarde waar hij niet aan kon voldoen.

Na vijf maanden kwam hij langs, we zouden samen ergens heen gaan, maar eenmaal daar ging het mis. Hij bracht mij terug naar de groep, nadat ik meerdere keren had aangegeven terug te willen. Daar vertelde hij hun een verhaal waarvan ik niet meer hoefde uit te leggen dat het niet waar was. Zij kenden mij inmiddels. Zij wisten dat ik niet zo was als hij beschreef. Ik heb er veel met hun over kunnen praten, hun zagen álles, hoorden álles, maar ze zagen vooral mij. Ik maakte de beslissing geen contact meer te willen met de persoon die zich mijn vader noemde. De instelling stond achter mijn beslissing, jeugdzorg vond het echter nodig om te pushen. “Contact is belangrijk. Blijf met elkaar communiceren.” Ik zei toch nee? Hun negeerden mijn behoeftes, mijn enige hulpvraag. Waar de instelling zocht naar een oplossing met mij.

Om deze gevoelens van mij af te zetten, de pijn minder heftig zou voelen, zocht ik een uitweg in automutilatie. Ik wou niet dood, ik wou gewoon even de pijn vanbuiten af voelen. Daar kon namelijk wel iets aan gedaan worden. Ik kon dit een tijdje verstoppen, maar mijn mentor kwam hier uiteindelijk toch achter.. Het was hartje zomer, ik liep met een jas aan terwijl de andere meiden in jurkjes en t-shirts rondliepen. Hij wou erover praten, iets waar ik totaal geen behoefte aan had, maar daar wou hij niks van weten. Ik stortte mijn hart uiteindelijk toch bij hem uit, hij maakte zich zorgen. Want zo was ik niet binnen gekomen. Samen hebben we het mijn moeder verteld. Helaas moest ook mijn vader op de hoogte gesteld worden, hij had tenslotte nog steeds ouderlijke macht en ik was minderjarig. Hem interesseerde het niet veel, mama daarentegen.. Zij zocht meteen naar andere manieren. Ik kreeg van haar een mp3 speler, die mocht ik naast de privileges altijd bij me houden. Muziek was altijd het belangrijkste voor mij. Het hielp gedurende mijn verblijf daar. Naast mijn mp3 speler, mocht ik ook naar de boerderij die tegenover onze unit was. Daar kon ik paardrijden en meehelpen met de dieren verzorgen. Daar liep al een jongen, ik bouwde een vriendschap met hem op over onze gedeelde liefde voor rapper Eminem. We hebben zoveel jaren later nog steeds contact.

Een week voor mijn veertiende verjaardag mocht ik de Heldringstichting verlaten, wat was dit moeilijk.. Het was een heel fijn afscheid, met een paar meiden heb ik jaren later nog afgesproken. Mijn mentoren heb ik daarna niet meer gesproken, maar wat zou ik hun nog heel graag willen bedanken. Hun geloof in mij en hun steun hebben erger doen voorkomen en mij laten inzien wat ik kan. Mede dankzij hun is mijn hart nooit koud geworden.

Echter.. Toen ik weer thuiskwam ging het anders, mijn moeder had tijdens mijn verblijf daar een hondje aangeschaft, hij zou later mijn enige vriendje zijn. Thuis gekomen kreeg ik mijn eerste, echte smartphone, ik had alleen niks aan dat ding want al mijn vrienden waren mij vergeten of mochten niet meer met mij omgaan, want ik kwam uit een “jeugdgevangenis”, het was alleen geen gevangenis. Het was ‘alleen maar’ gesloten jeugdzorg. Ik kon mijn plek in de maatschappij niet meer vinden, een jaar ouder maar met dezelfde frustraties liep ik vast. Ik schopte tegen alles aan. Ik raakte mijzelf opnieuw kwijt. Als resultaat liep ik weg van huis, ging ik ineens het verkeerde pad op.. Ik werd door jeugdzorg in een crisis pleeggezin geplaatst, ik was gevoelloos, niks raakte mij nog. Eenmaal bij hun veranderde dat, wat had ik ontzettend veel respect voor hun. Zij hebben een maand lang mij in huis gehad. Een voor hun volledig vreemd tienermeisje van een jaar of veertien trad binnen in hun huis, speelden met hun honden, leerde hun familie kennen. Maar zij leerde ook die van mij kennen, zij hebben mij, met al mijn bagage, omarmd. Ze namen de kans om mij als persoon te leren kennen, en met hun hulp ging ik toch weer naar school, hoe moeilijk dit ook was. Dankzij hun ervoer ik de rust waar ik, als inmiddels rebelse tiener, zo naar snakte. Ook hun zagen de potentie die ik weigerde te zien.

Na deze fijne maand ging ik door naar een ander pleeggezin, waar ik ook wegliep, om vervolgens door jeugdzorg in een open leefgroep geplaatst te worden. Ook hier kon ik niet direct mijn plek vinden, de vele regels en halve dagdelen hielpen ook niet. Uiteindelijk vond een rebels hart ook daar een plek, maar ik wou het liefst zoveel mogelijk weg zijn. Schaatsen met vrienden die ik inmiddels had gemaakt, naar de sportschool waar ik stage liep en uiteindelijk ook werkte, naar huis toe.. Overal behalve daar. Want ook op deze plek kwam de automutilatie terug, achtervolgde mijn vader mij alsnog, ontdekte ik een ander deel van mijn familie. Toen mijn moeder mij het meeste nodig had, mocht ik van hun niet bij haar blijven, want de school waar ik toen nog niet naartoe ging, zou dat niet goedkeuren. Dat was weer een ander deel van jeugdzorg, waar ik dankbaar ben voor de vriendschappen die daaruit voort zijn gekomen, en de tweede thuis, die ook vandaag nog altijd dezelfde is. Nog altijd warm aanvoelt en waar ik, met of zonder problemen, altijd welkom zal zijn. Lieve Mark en Marion, ik ben jullie eeuwig dankbaar. Mijn Brabantse thuishaven. Ook uit deze groep liep ik na een aantal maanden weg, terug naar huis..

Na veel getouwtrek met jeugdzorg en iedereen die het dacht beter te weten, ben ik daarna thuis gebleven. Ik had weer een kans in de maatschappij, dankzij de onvoorwaardelijke steun en liefde die mijn moeder en mijn tweede thuis gaven, en nu nog steeds. Omdat ik altijd zo hevig in mijzelf heb gelooft, niet in mijn kunnen, maar wel in mij als persoon. Ondanks de vele stempels die ik van jeugdzorg kreeg, de wanhoop die er bijna voor heeft gezorgd dat ik het leven uitstapte, wat ben ik achteraf blij dat dat niet gelukt is. Ondanks het heen en weer geduw, wist ik mijn plek te vinden. Ik wist wie ik was en dat ben ik nooit kwijt geraakt.

Met gemengde gevoelens kijk ik terug op deze tijd, het had allemaal niet gehoeven, het was niet genoodzaakt. Ik behoor tot de groep van de jeugd die ‘zonder geldige reden of echte nood’ uit huis is geplaatst. Ik werd door jeugdzorg kapot gemaakt, maar mag mij gelukkig prijzen met de fijne plekken die er tussen zaten. Ondanks dat ik soms oprecht wens dat ik dit ongedaan kon maken, ben ik dankbaar voor elke ervaring. Ik heb met eigen ogen gezien wat daar echt gebeurd, hoe zij te werk gaan, maar in de tussen tijd ben ik ook ‘één van die jongeren’ ergens haal ik daar mijn motivatie vandaan. Deze stempel werkt mij ook nu nog tegen in de maatschappij. Voor deze jongeren wordt alles een beetje belemmerd door het systeem wat ons dit heeft aangedaan. Maar er is geen ruimte voor medelijden of excuses, toen kon het ook, dan kan het nu ook. Ik wordt, met de anderen, het succesverhaal.

Naast dit verhaal zijn er nog zoveel anderen, jongens en meisjes die aan het lot worden overgelaten, die een hulpvraag stellen maar compleet genegeerd worden. Wiens behoeftes niet in de juiste criteria vallen en dus worden ze maar ergens neer gezet wat volgens jeugdzorg de beste hulp biedt aan deze jongeren. Ook nu dat jeugdzorg officieel gezien niet meer bestaat, gebeurd dit nog steeds. Nee, ik ben niet tegen uithuisplaatsingen of jeugdhulp, er zijn kinderen en jongeren die deze hulp wel nodig hebben, die wel een stukje veiligheid nodig hebben, maar lang niet voor alle ‘gevallen’ geldt hetzelfde. Je kan mensen niet over één kant halen en verwachten dat bij iedereen dezelfde behandeling effectief is.

”The greatest glory in living lies not in never falling, but in rising every time we fall.” – Ralph Waldo Emerson

Liefs,
Corine.

©Hoogland Producties / Sven Fotografie

Advertenties